Avner Meyrav
Door Avner Meyrav
75 Weergaven

De volledige woordenlijst inzake cryptovaluta en blockchain-technologie

De revolutie in blockchain heeft de hedendaagse wereld met veel nieuwe praktijken laten kennismaken, met name cryptovaluta’s. Zoals met de meeste nieuwe technologieën, ontwikkelt de terminologie voor blockchain en cryptovaluta’s zich, en worden er steeds nieuwe termen bedacht. Daarom hebben we deze handige woordenlijst met technische termen samengesteld. Hiermee kunt u een beter begrip krijgen van de taal van blockchain en wordt u geholpen het jargon onder de knie te krijgen.

nr.

‘51% Attack’ – Deze term beschrijft een situatie waarin te veel macht in het blockchain-netwerk op één plaats is geconcentreerd. Een gebruiker of een groep gebruikers die 51% van het systeem beheert, kan het systeem hiermee doelbewust manipuleren of per ongeluk conflicterende transacties uitvoeren die het systeem kunnen schaden.

A-C

‘Airdrop’ – Een verdeling van tokens door de exploitanten van een netwerk voor een cryptovaluta. De tokens worden ofwel gratis weggegeven aan alle houders van de cryptovaluta, ofwel onder voorwaarde van een bepaalde activiteit, zoals adverteren voor de cryptovaluta op een sociaal netwerk.

‘Altcoin’ – Elke andere cryptocurrency dan bitcoin wordt een altcoin genoemd (een afkorting voor ‘alternative coin’, of ‘alternatieve munt’). Wereldwijd worden honderden altcoins verhandeld, waaronder XRP, NEO, Stellar en nog vele andere.

ASIC – Een afkorting van ‘Application Specific Integrated Circuit’ (toepassingsspecifiek, geïntegreerd circuit), en is een chip die specifiek voor een bepaalde taak is ontworpen. In de wereld van blockchain verwijst deze term meestal naar chips die zijn ontwikkeld voor computers voor ‘mining’ en deze technologie wordt in vergelijking met CPU’s en GPU’s als superieur beschouwd.

Bitcoin – De eerste en grootste cryptovaluta (op marktkapitalisatie). Bitcoin werd in 2009 gelanceerd als gedecentraliseerde valuta, gebouwd op blockchain-technologie. Bitcoin is de eerste werkelijke toepassing van blockchain. Bitcoin is gecreëerd door een persoon of een groep mensen die zichzelf identificeren met het pseudoniem Satoshi Nakamoto.

Blockchain – Een gedecentraliseerd netwerk, opgebouwd uit een continue keten van codesegmenten van vooraf bepaalde grootte (blokken). Alle transacties op het netwerk worden opgeslagen in een openbaar grootboek dat in het hele netwerk aanwezig is. Dit betekent dat de transacties niet op het netwerk hoeven te worden gemachtigd door een centrale server.

‘Cold storage’ – Een beveiligingsmaatregel voor het opslaan van cryptovaluta’s in een offline omgeving. Dit kunnen opslagapparaten zijn (zoals een USB-stick) of een zogenaamde paper wallet, een afgedrukte portefeuille.

Consensus – Aangezien veel van de gegevens op een openbaar blockchain-netwerk gelijktijdig op meerdere delen van het netwerk worden opgeslagen, willen leden dezelfde kopie van deze codesegmenten (zoals een grootboek) op het gehele netwerk hebben.

Cryptovaluta – De eerste grote toepassing van blockchain. Een cryptovaluta is een munt die ontworpen is om te fungeren zonder centraal eigendom, en waarbij elke token en transactie uniek gecodeerd zijn. Blockchain-technologie is de infrastructuur waarmee cryptovaluta’s kunnen worden opgeslagen en waarmee tokens op het netwerk van eigenaar veranderen.

D-H

DAO – een afkorting van ‘Decentralized Autonomous Organization’ (gedecentraliseerde autonome organisatie). Deze term beschrijft een organisatie die blockchain gebruikt, zoals slimme contracten, om zichzelf te beheren, zonder dat een centrale autoriteit nodig is.

‘Dapps’ – Afkorting voor ‘Decentralised apps’ (Gedecentraliseerde apps). In wezen zijn dit programma’s die blockchain gebruiken om elke toepassing te maken die op een gedecentraliseerd netwerk draait.

Digitale handtekening – Een veelgebruikte term voor het identificeren van één persoon of actie op het internet. Bij blockchain verwijst het meestal naar een unieke identificatie die aan een bepaalde gebruiker, token of transactie wordt toegewezen.

‘Fork’ – Omdat blockchain gedecentraliseerd is, moet elke wijziging in het netwerk door de gebruikers worden geaccepteerd voordat deze wordt aangenomen. Als voldoende gebruikers een upgrade of codewijziging accepteren, wordt de verandering in het hele netwerk geïmplementeerd. Een wijziging die nog steeds wordt ondersteund door oudere versies van het netwerk, wordt ‘Soft Fork’ genoemd. Een wijziging die het omgekeerde incompatibel maakt, wordt ‘Hard Fork’ genoemd. Soms, als er een geen overeenstemming in de gemeenschap wordt bereikt inzake een Hard Fork, kan dit ertoe leiden dat een geheel nieuw, parallel blockchain-netwerk wordt gecreëerd. Dit heeft plaatsgevonden bij het ontstaan van Bitcoin Cash en Ethereum Classic.

‘Genesis block’ – Het eerste codeblok dat wordt aangemaakt in een blockchain-netwerk.

‘Hash’ – De praktijk van het gebruiken van een algoritme om elk gegevensdeel van een eigen ‘digitale vingerafdruk’ te voorzien. Bij het opslaan van informatie over blockchain wordt hashing ingezet om een uniforme vorm te creëren die codeblokken kunnen identificeren. Dit vindt plaats door deze om te zetten in een reeks cijfers en letters met een vaste grootte.

I-M

ICO – (Initiële valuta-aanbieding). Deze term beschrijft een situatie waarin een bedrijf geld ophaalt door tokens voor een cryptovaluta uit te geven, welke tegen een vaste prijs aan vroegtijdige beleggers worden verkocht.

‘Ledger’ – Een digitaal logboek van alle transacties die hebben plaatsgevonden op een bepaald blockchain-netwerk. Kopieën van het ledger (grootboek) worden op het netwerk opgeslagen en worden voor afstemming voortdurend bijgewerkt, zodat transacties door iedereen in het netwerk kunnen worden geverifieerd.

‘Lightning-netwerk’ – Een ‘tweede laag’, ontworpen om de snelheid bij het verwerken van transacties op een blockchain-netwerk aanzienlijk te vergroten. Het Lightning-netwerk creëert een P2P-netwerk om transacties te verwerken vóórdat deze worden verzonden voor aanmelding in het onderliggende blockchain-ledger.

Liquiditeit – Het gemak waarmee een bepaalde cryptovaluta in contant geld kan worden omgezet. De liquiditeit is afhankelijk van veel factoren, zoals vraag en aanbod en de snelheid bij het verwerken van transacties.

‘Mining’ – De praktijk van het toewijzen van computervermogen om transacties op het netwerk uit te voeren en met tokens te worden beloond. Elke transactie wordt gecodeerd door een vergelijking die voor verwerking aanzienlijke rekenkracht vereist. ‘Miners’ die de vergelijking als eerste oplossen zodat de transactie kan plaatsvinden, worden met een kleine vergoeding beloond.

‘Mining pool’ – Een constructie gemaakt door een groep miners om meer transacties te verwerken en meer vergoedingen te ontvangen. De middelen worden vervolgens tussen de leden van de groep verdeeld.

N-P

Node (knooppunt) – Een computer op het netwerk waarop een kopie van de blockchain-ledger wordt uitgevoerd. Knooppunten zijn over het hele netwerk verspreid en helpen daardoor bij het behouden van de gedecentraliseerde vorm.

Paper wallet (afgedrukte portefeuille) – Een oplossing voor koude opslag, welke wordt beschouwd als een van de veiligste manieren om cryptovaluta’s op te slaan. De afgedrukte portefeuille kan op elke printer worden afgedrukt en bevat de unieke openbare en privésleutel van de betreffende gebruiker, gecodeerd als streepjescodes. Als gebruikers toegang tot hun middelen willen, hoeven ze alleen maar hun afgedrukte portefeuille te scannen.

Peer-to-Peer (P2P) – De praktijk van het rechtstreeks delen van informatie op een bepaald netwerk tussen twee partijen, zonder dat er een server nodig is om de gegevens door te geven.

Private Key (privécode) – Elke gebruiker op het netwerk beschikt over een privécode. De privécode is alleen bekend bij de gebruiker en fungeert als een wachtwoord.

‘Proof of Stake’ – Een methode die bepaalt welke gebruikers in aanmerking komen om nieuwe blokken aan de blockchain toe te voegen, waardoor ze een vergoeding voor mining verdienen. Bij deze methode krijgen de gebruikers die deelnemen aan het minen en over meer tokens beschikken, de voorkeur boven gebruikers met minder tokens.

‘Proof of Work’ – Gaat vooraf aan Proof of Stake, en is een soortgelijk concept, aangezien het wordt gebruikt om te beslissen welke gebruiker in aanmerking komt om een blok te maken. Met de Proof of Work-methode wordt de geschiktheid echter door rekenkracht bepaald, en niet door het digitale vermogen van de miners.

Public Key (openbare code) – Zoals de bovengenoemde privécode kan worden gelijkgesteld aan een wachtwoord, is de openbare sleutel een soort gebruikersnaam, omdat deze voor iedereen zichtbaar is in het grootboek.

S-W

‘SegWit’ – Afkorting van ‘Segregated Witness’ (gescheiden getuige), en verwijst naar een oplossing die een blockchain-netwerk sneller maakt. SegWit kan mogelijk als Soft Fork op een blockchain-netwerk worden geïmplementeerd. Hierdoor worden de functies verbeterd zonder dat een nieuwe valuta hoeft te worden aangemaakt en zonder dat het netwerk incompatibel wordt.

‘Smart Contract’ (slim contract) – Een algoritme dat blockchain-technologie gebruikt om automatisch een bepaald contract uit te voeren. Wanneer aan de voorwaarden van een slim contract wordt voldaan, wordt dit uitgevoerd. Hierbij worden de deelnemende partijen beloond volgens de voorwaarden van het contract. Smart Contracts zijn populair geworden door het blockchain-netwerk ethereum.

Token – Een afzonderlijke munt die gerelateerd is aan een specifiek blockchain-netwerk en dat de valuta vertegenwoordigt en waarde aan transacties binnen het netwerk toekent. Het token voor het Litecoin-netwerk wordt bijvoorbeeld LTC genoemd.

Transactiekosten – Omdat transacties op een blockchain-netwerk aanzienlijke rekenkracht vereisen, concurreren de miners op het netwerk om het recht om de transactie te mogen verwerken door hun rekenkracht toe te wijzen. De mijnwerker die het uiteindelijk verwerkt, ontvangt de transactiekosten.

‘Wallet’ – Een online programma of een eigen cliëntprogramma waarmee gebruikers hun saldo kunnen opslaan, overdragen en bekijken. Verschillende portefeuilles ondersteunen verschillende cryptovaluta’s, waarbij vele wallets op één enkel platform ondersteuning voor verschillende cryptovaluta’s bieden.

‘White paper’ (technisch document) – Een document dat dient als rapport of gids voor een complex probleem. In de wereld van cryptovaluta’s worden white papers gebruikt om een blockchain-netwerk of de bijhorende structuur, het plan en/of de visie van een cryptovaluta over te brengen.

Cryptovaluta’s kunnen sterk in prijs fluctueren en zijn daarom niet voor alle beleggers geschikt. De handel in cryptovaluta’s staat niet onder toezicht van enige regelgevende EU-instantie. Uw kapitaal loopt risico. Deze inhoud is alleen bedoeld voor educatieve doeleinden en mag niet worden beschouwd als beleggingsadvies.

75 Weergaven